christelijke bemoediging

Tussen belofte en werkelijkheid

Ogen omhoog

Er zijn dagen waarop ik steeds denk; eyes up Hes! Niet omdat ik precies weet hoe dat moet, maar omdat ik niet weet wat ik anders moet doen. Wat ik zie kan zo zwaar voelen, wat ik ervaar zo wankel, dat het zichtbare bijna luider spreekt dan wat ik geloof.

Jezus zegt:
“In de wereld zullen jullie het moeilijk hebben. Maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:33, BB)

Die woorden lees ik niet als een ontkenning van het moeilijke, maar als een anker midden in wat schuurt. Want we leven in een spanning die niet eenvoudig op te lossen is — tussen moeite en overwinning, tussen gebrokenheid en belofte. We geloven dat Jezus heeft overwonnen, en tegelijk ervaren we dat de werkelijkheid nog niet altijd zo voelt.

Standing in the gap

Al jaren gebruik ik de uitdrukking standing in the gap. Voor mij betekent dat niet heldhaftig blijven staan, maar aanwezig blijven in de ruimte tussen wat ik zie en wat ik weet. Tussen wat mijn lichaam doormaakt en wat mijn ziel gelooft. Tussen het gebed dat ik bid en de uitkomst die ik (nog) hoop te zien.

Ik geloof in genezing. Ik bid ervoor. Ik verlang ernaar. En ondertussen vroeg mijn kankerdiagnose om steeds intensievere behandelingen. Hoe houd je vast aan de overwinning wanneer de werkelijkheid de andere kant op lijkt te gaan? Bij bijna elke chemo zette ik hetzelfde lied op: Holy Forever. Niet omdat ik me sterk voelde of zeker wist hoe het zou aflopen, maar omdat ik mezelf moest herinneren aan wie God is — heilig, dezelfde, trouw en goed.

Terwijl het infuus liep, merkte ik dat mijn geloof verschoof. Het ging minder over de uitkomst die ik zo graag wilde zien en meer over het karakter van God. Niet mijn karakter stond centraal, maar het Zijne. Wie is Hij, ook hier? Is Hij nog steeds goed, wanneer goedheid er anders uitziet dan ik had gehoopt?

Wat lijden blootlegt

Lijden is mij niet vreemd. Ik heb al vaker in het dal gestaan, maar ergens had ik verwacht dat het vanaf nu omhoog zou gaan. Het blijft confronterend wat er zichtbaar wordt wanneer alles wat vanzelfsprekend leek onder druk komt te staan. Met de behandelingen kwamen ook de vragen. Niet de nette, theologische vragen waar je zorgvuldig woorden voor kiest, maar de rauwe die zich aandienen in de stilte van de nacht: Waarom laat Hij dit toe? Kan ik Hem werkelijk vertrouwen wanneer de uitkomst anders loopt dan ik bid? En hoe leg ik mijn leven — en mijn ideeën over hoe het zou moeten gaan — in Zijn handen? En nog pijnlijker, hoe doe ik dit als mijn kinderen hierin opnieuw meelijden?

Dat is geen abstracte worsteling. Dat is moederhart. Dat is wakker liggen, boosheid en tranen. Dat is het gevoel dat dit niet oké is, ook al geloof je in een goede God. Daar, in die botsing tussen wat ik geloof en wat ik ervaar, stond ik. Niet met mooie woorden of een sluitend antwoord, maar met veel vragen.

Mijn geloof werd geschud, maar het brak niet. Het bracht een verdieping. Het ging niet langer over óf God goed is, maar over de vraag of ik Hem vertrouw wanneer Zijn goedheid anders vorm krijgt dan ik had gehoopt. In dat proces werd zichtbaar wat ik nog niet had losgelaten.

God heeft het lijden niet nodig om Zichzelf te bewijzen. Hij stuurt het niet om mij te testen of te breken. Maar Hij laat het ook niet ongebruikt — en ik wil het ook niet ongebruikt laten. Niet omdat pijn goed is, maar omdat Hij midden in die pijn iets kan blootleggen wat mij belemmert om werkelijk te rusten in wie Hij is. Om dieper te ervaren wat Zijn liefde voor mij betekent.

Jezus bidt in Johannes 17 dat wij één zullen zijn, zoals Hij in de Vader is en de Vader in Hem — dat wij in Hem zullen zijn en Hij in ons. Dat is een waarheid die ik kan belijden met mijn hoofd, maar lijden brengt die waarheid dichter bij mijn hart. Afhankelijkheid wordt concreet wanneer controle wegvalt.

Het moeilijke is niet dat lijden bestaat; het moeilijke is dat genezing soms uitblijft. Dat je gelooft en tegelijk wacht. Dat je vertrouwt en toch geen zichtbare doorbraak ziet. In die spanning wordt geloof gevormd.

Hoop

Romeinen 5 zegt:
“We zijn zelfs blij als we lijden. Want het lijden leert ons volhouden. Door het volhouden worden we sterk. En door sterk te worden krijgen we hoop.” (Romeinen 5:3–4, BB)

Dat klinkt anders wanneer je het leest dan wanneer je het leeft. Toch heb ik gemerkt dat druk iets vormt, dat volhouden iets verdiept en dat hoop niet altijd een gevoel is, maar een gewortelde zekerheid.

Zoals The Passion Translation het verwoordt:
“Even in times of trouble we have a joyful confidence, knowing that our pressures will develop in us patient endurance. And patient endurance will refine our character, and proven character leads us back to hope.” (Romans 5:3–4, TPT)

Wij leven tussen wat al gebeurd is en wat nog zichtbaar moet worden. De overwinning van Jezus Christus is een feit, niet als een harde waarheid die pijn wegduwt, maar als vaste grond onder onze voeten. En Immanuel — God met ons — is hier, niet pas wanneer alles opgelost is, maar juist midden in wat nog schuurt.

Hij is niet afwezig in mijn lijden.
Zijn overwinning wordt niet minder waar door mijn vragen.                                                    

So – eyes up!

 

Delen
Gepubliceerd door:
Hester Ravensbergen

Recente artikelen

Winter Seizoenen

Hier loop ik dan, in de winter, in Canada. Het is -15 graden buiten en…

3 jaar geleden

De Burn-out Toolbox

Burn-out: hype? Mode-woord? Of echt wel een serieus multi-systemische aandoening? Ik moet heel eerlijk bekennen…

3 jaar geleden

Als gewoon ‘zijn’ al een overwinning is

Zie jij die mensen? Bovenop de berg? Zeker als je zelf in het dal zit…

3 jaar geleden